Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 22 mei 2024 en verweerder had uiterlijk 20 november 2024 moeten beslissen. Verweerder stelde de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft geen besluit genomen. Het beroep is tijdig ingesteld na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 21 februari 2025.
Verweerder hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in januari 2027 in behandeling wordt genomen. De rechtbank acht dit een bijzonder geval en legt een nadere beslistermijn op van acht weken na verzending van deze uitspraak, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank bepaalt een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres van €467. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 31 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000.