Demka vordert na eiswijziging – zakelijk weergegeven – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Enfa veroordeelt om uiterlijk binnen 24 uur na betekening van het vonnis in de Europese Unie iedere inbreuk op het Uniebeeldmerk van Demka te staken en gestaakt te houden, waaronder het verkopen, het leveren, het adverteren met, het in voorraad houden, of anderszins verhandelen van de ‘
Sefinem Cubuk Peyunir’-kaassticks;
II. Enfa veroordeelt om binnen vijf werkdagen na betekening van het vonnis alle overgebleven voorraad te vernietigen en aan de advocaat van Demka hiervan deugdelijk bewijs te verstrekken, ofwel alle overgebleven voorraad ter vernietiging toe te zenden aan het kantooradres van de advocaat van Demka;
III. Enfa beveelt binnen veertien dagen na betekening van het vonnis aan de advocaat van Demka schriftelijk, met deugdelijke bescheiden gestaafd, en door een onafhankelijke en gekwalificeerde accountant gecontroleerde en goedgekeurde, volledige opgave te doen van:
a. de datum waarop Enfa de inbreukmakende producten voor het eerst heeft verhandeld;
b. de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die enfa in voorraad heeft gehad, heeft gedistribueerd, of heeft verzocht;
c. per inbreukmakend product de in- en verkoopprijs en de brutowinst per product;
d. een lijst van de naam- en adresgegevens van de (rechts)personen aan wie Enfa de inbreukmakende producten heeft verkocht of geleverd, onder vermelding van het exacte aantal van de inbreukmakende exemplaren per afnemer, de bijbehorende verkoopprijzen en de verkoop- en leverdata;
IV. voor recht verklaart dat:
a. Enfa merkinbreuk heeft gemaakt op het merk van Demka;
b. Enfa aansprakelijk is voor de schade die Demka door het gebruik van het Uniebeeldmerk lijdt;
c. Enfa verplicht is de winst die zij door het gebruik genoten heeft af te dragen aan Demka;
d. Enfa verplicht is de schade die Demka door het gebruik geleden heeft te vergoeden aan Demka;
V. Enfa verplicht, zodra de hoogte van de winstafdracht en schadevergoeding komen vast te staan, deze te betalen;
VI. bepaalt dat Enfa een dwangsom van € 1.000 verbeurt voor iedere dag – een gedeelte van die dag daaronder begrepen – waarmee aan het onder I, II, III of V bedoelde geen of niet volledig gehoor wordt gegeven tot een maximum van € 250.000, althans een in goede justitie te bepalen dwangsom met een in goede justitie te bepalen maximum;
VII. Enfa veroordeelt tot betaling van de volgende bedragen, althans in goede justitie te bepalen bedragen:
a. een bedrag van € 59.202,86 ten aanzien van de openstaande facturen;
b. wettelijke handelsrente tot de dag der algehele voldoening (tot 5 november 2025 berekend op € 15.317,20);
c. de buitengerechtelijke incassokosten thans ten hoogte van € 1.367,03;
d. de beslagkosten ten hoogte van € 1.663,30;
VIII. Enfa veroordeelt in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, waaronder in elk geval begrepen de advocaatkosten (PM). Een en ander, voor zover mogelijk, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf het moment van dagvaarden tot aan de dag der algehele voldoening.