Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7306

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
NL25.49383
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbArt. 28 VwArt. 31 lid 6 sub c Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag Somalië wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid

Eiseres, een vrouw van Somalische nationaliteit, diende een asielaanvraag in vanwege vrees voor haar ex-man en Al Shabaab. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van haar verhaal en omdat zij niet als alleenstaande vrouw werd aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eiseres ongeloofwaardig zouden zijn. De vermeende tegenstrijdigheden in haar verklaringen zijn volgens de rechtbank logische preciseringen en passen binnen haar referentiekader.

De rechtbank stelt vast dat de minister onvoldoende heeft onderzocht of eiseres bij terugkeer als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt, mede omdat haar echtgenoot naar Kenia is gevlucht en haar familieleden in Somalië onvoldoende bescherming kunnen bieden. De minister heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom familieleden geen problemen zouden ondervinden van Al Shabaab.

De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres. De rechtbank ziet af van een bestuurlijke lus en laat de beslissing over de asielaanvraag aan de minister over.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende motivering en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49383

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [datum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. S.H. de Vries).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres, als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw. [1] Zij is het hier niet mee eens en heeft daarom beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres.
1.1.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag geen stand kan houden. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat de gestelde problemen van eiseres niet geloofwaardigheid zijn. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 12 september 2025 afgewezen als ongegrond. Daarbij is aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd en is haar aangezegd dat zij binnen vier weken dient terug te keren naar Somalië.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij te vrezen heeft voor haar ex-man [naam 2] en voor Al Shabaab. Eiseres heeft verklaard dat zij op 7 en 9 juli 2023 door [haar ex-man] is benaderd, door hem is bedreigd en is verkracht. Eiseres heeft verklaard dat [haar ex-man] bij Al Shabaab aangifte heeft gedaan, omdat hij meende dat zij met haar nieuwe echtgenoot een buitenechtelijke relatie heeft. Eiseres is vervolgens door Al Shabaab opgeroepen om te verschijnen voor de rechtbank. Daarop is eiseres op 10 juli 2023 gevlucht naar Mogadishu en heeft zij Somalië verlaten. Eiseres heeft later vernomen dat op dezelfde avond haar huidige echtgenoot is beschoten door personen en gewond is geraakt. Zij stelt dat dit komt door haar probleem met [haar ex-man] en Al Shabaab. Eiseres heeft verklaard dat het contact met haar familie is hersteld in februari 2025, dat haar echtgenoot naar Kenia is gevlucht en dat in Somalië alleen haar moeder, twee (pleeg)dochters en een pleegzoon verblijven. Haar vader is in 2002 overleden, haar broer in 2007. Ook is haar oom overleden en is haar zus naar Jemen gevlucht na een granaatinslag. Haar man en zijn vader zijn daarbij omgekomen. Volgens eiseres heeft zij sinds 2014 geen contact meer met haar zus.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres;
  • de relatie met [haar ex-man] en problemen met hem;
  • dat eiseres uitgescholden en vernederd is vanwege haar etniciteit.
De minister acht het eerste en derde motief geloofwaardig, maar niet zwaarwegend. Het tweede motief acht de minister niet geloofwaardig. Daartoe heeft de minister gesteld dat eiseres niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard over [haar ex-man] en haar problemen. [2] De minister heeft aan eiseres tegengeworpen dat zij in de eerdere gehoren bij de AVIM [3] en in de aanmeldfase niet heeft verklaard over deze problemen als directe reden van vertrek. De minister acht dat tegenstrijdig. Volgens de minister heeft eiseres ook tegenstrijdig verklaard over de aanleiding van haar echtscheiding, over de aanvaringen met [haar ex-man] op 7 en 9 juli 2023 en over wie haar huidige echtgenoot heeft verwond. De minister heeft ook tegengeworpen dat eiseres niet weet waarom [haar ex-man] haar na 8 jaar opnieuw benaderde. Volgens de minister valt evenmin in te zien dat de moeder en (pleeg)kinderen van eiseres, na haar vertrek, geen problemen hebben ondervonden met Al Shabaab. De minister acht dan ook niet geloofwaardig dat de echtgenoot van eiseres, in verband met de problemen, naar Kenia is gevlucht. Eiseres is daarom niet aan te merken als alleenstaande vrouw, omdat zij voor opvang en bescherming kan terugvallen op haar huidige echtgenoot, dan wel op haar moeder en drie (pleeg)kinderen. Daarnaast is gewezen op algemene landeninformatie waaruit blijkt dat het gebied waar eiseres naar kan terugkeren en waar zij doorheen dient te reizen, niet onder controle staat van Al Shabaab. De minister concludeert daarom dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Somalië te vrezen heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade. Om deze redenen heeft de minister de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.
Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat de gestelde problemen ongeloofwaardig zijn?
5. Eiseres heeft aangevoerd dat de minister ten onrechte verklaringen uit de gehoren in de aanmeldfase heeft betrokken in de geloofwaardigheidsbeoordeling. Dit is volgens eiseres in strijd met het beleid van de minister en de Kwalificatie- en Procedurerichtlijn. Het nader gehoor is het persoonlijk onderhoud en de aangewezen fase voor de inhoudelijke toelichting op het relaas. Uit de gehoren in de aanmeldfase mag niet worden afgeleid dat motieven of verklaringen ontbreken. Ter onderbouwing is gewezen op het M.M. arrest [4] en uitspraken van rechtbanken. [5] Eiseres heeft verder betwist dat sprake is van tegenstrijdige verklaringen. Volgens eiseres zijn haar verklaringen een logische precisering van elkaar en is nadere detaillering inherent aan de opzet en volgorde van de gehoren. Tot slot heeft eiseres betoogd dat de minister ten onrechte geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling heeft gemaakt.
5.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de door eiseres gestelde problemen met [haar ex-man] en Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. De minister heeft ten onrechte gesteld dat eiseres uit eigen beweging in de aanmeldfase verklaringen heeft afgelegd over haar asielmotieven of redenen van vertrek, die tegenstrijdig zijn met haar verklaringen in het nader gehoor. Eiseres heeft bij de AVIM desgevraagd verklaard dat zij op de vlucht is vanwege Al Shabaab, dat zij door hen op 10 juli 2023 is benaderd en vervolgens is gevlucht. Ook heeft zij verklaard dat wanneer zij oogstte, Al Shabaab veel belasting wilde innen. [6] In het aanmeldgehoor heeft eiseres opnieuw verklaard dat zij gevlucht is voor Al Shabaab en ook vanwege de onveilige situatie in Somalië. Eiseres heeft daarbij verklaard dat Al Shabaab
altijdeen soort belasting van haar hebben gevraagd. [7] Bij de correcties en aanvullingen van 24 april 2025 heeft eiseres aangevuld dat zij ook gevlucht is vanwege seksuele geweldpleging door haar ex-man.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen in de aanmeldfase niet evident in strijd zijn met de verklaringen in het nader gehoor. Daarin heeft eiseres verklaard dat problemen met [haar ex-man] hebben geleid tot benadering en oproeping door Al Shabaab, wat de gestelde aanleiding vormde voor vertrek. Geconfronteerd met de vermeende tegenstrijdige verklaring over de belasting door Al Shabaab als reden van vertrek, heeft eiseres in het nader gehoor verklaard dat dit een algemeen probleem betreft. Dit past bij de verklaring van eiseres in het aanmeldgehoor dat Al Shabaab
altijdeen soort belasting van haar inde. De minister heeft in de besluitvorming in dit verband ten onrechte gesteld dat niet valt in te zien dat eiseres bij een verzoek tot internationale bescherming zou verklaren over algemene problemen. Dit kan immers ook een noodzaak tot bescherming vormen. Eiseres heeft in beroep terecht gesteld dat haar verklaringen over de redenen van vertrek in de verschillende gehoren een logische precisering zijn. Voor zover de minister het bevreemdend acht dat eiseres niet in eerste instantie in de aanmeldfase over haar problemen met haar ex-man [naam 2] heeft verklaard, overweegt de rechtbank dat eiseres dit naar voren heeft gebracht in de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor, anders dan de minister heeft gesteld. Dat zij de naam van [haar ex-man] eerst in het nader gehoor heeft benoemd, doet hier niet aan af. Daartoe heeft eiseres terecht verklaard dat de minister in de aanmeldfase niet expliciet heeft (door)gevraagd naar al haar voorgaande partners, maar alleen naar haar huidige en eerste partner. [8] De rechtbank volgt de minister dan ook niet in het verweer dat eiseres haar asielmotief niet zo spoedig mogelijk naar voren heeft gebracht, nu zij van meet af aan heeft verklaard te zijn gevlucht voor Al Shabaab. De rechtbank volgt de minister in dit verband niet in de verwijzing naar uitspraken van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem [9] en het voorlopige oordeel van de Afdeling. [10] In die zaak was namelijk sprake van specifieke, samenhangende en uitgebreide verklaringen in het AVIM gehoor, die volgens de rechtbank terecht tegenstrijdig zijn geacht met de overige verklaringen in het asielrelaas.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister verder ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de aanleiding van haar echtscheiding van [haar ex-man] . De minister heeft dit onvoldoende gemotiveerd in de besluitvorming. In het voornemen heeft de minister alleen de verklaringen van eiseres herhaald. In het bestreden besluit is verder gewezen op de vermeende tegenstrijdige of ontbrekende verklaringen in de aanmeldfase. Eiseres heeft verklaard dat zij door [haar ex-man] regelmatig werd mishandeld, en dat hun kinderen door de mishandelingen dood zijn geboren. Ook heeft eiseres verklaard dat zij hem vanaf 2013 herhaaldelijk heeft verzocht om een echtscheiding, en dat hij hiermee in 2015 akkoord ging nadat de moeder van eiseres ook tegen hem heeft gezegd dat eiseres het huwelijk niet langer wilde. [11] Hieruit blijkt de rechtbank niet van tegenstrijdige verklaringen over de aanleiding van de echtscheiding.
5.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres wisselend, ongerijmd en vaag zou hebben verklaard over de gebeurtenissen op 7 en 9 juli 2023. Eiseres heeft in beroep terecht gesteld dat de minister op grond van de samenwerkingsplicht gehouden is tot het betrekken van haar referentiekader en de context. Eiseres heeft verklaard dat zij op 7 en 9 juli 2023 door haar ex-man is bedreigd en verkracht. De minister heeft, gezien deze gestelde context, ten onrechte onverkort gesteld dat eiseres op herhaaldelijke vragen wisselend zou hebben verklaard in welke volgorde [haar ex-man] bedreiging heeft geuit, of haar zou hebben vastgegrepen. De minister heeft ook ten onrechte gesteld dat niet valt in te zien waarom [haar ex-man] eiseres zou benaderen, omdat haar huidige echtgenoot een echtscheiding zou moeten uitspreken. Daarmee miskent de minister de verklaring van eiseres dat [haar ex-man] meende dat zij nog steeds gehuwd waren.
5.5.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister verder ten onrechte gesteld dat niet valt in te zien dat de moeder en (pleeg)kinderen geen problemen zouden ondervinden met Al Shabaab. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom deze familieleden in de negatieve belangstelling van Al Shabaab zouden staan vanwege de vermeende buitenechtelijke seks van eiseres. Daartoe is de vaststelling door de minister dat eiseres met hen samenwoonde onvoldoende. Bovendien heeft eiseres verklaard dat zij na haar vertrek heeft vernomen dat haar moeder door [haar ex-man] is bedreigd, en dat hij samen met andere mannen haar familieleden heeft aangevallen en beschoten. De tegenwerping in dit verband gaat voorbij aan deze verklaringen.
5.6.
De rechtbank is tot slot van oordeel dat de minister ten onrechte aan eiseres heeft tegengeworpen dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over wie haar huidige echtgenoot zou hebben beschoten en verwond, Al Shabaab of [haar ex-man] . Eiseres heeft hiervoor als verklaring gegeven dat zij in de aanmeldfase slechts over beperkte indirecte informatie beschikte en dat zij eerst daarna via [naam 3] , een stamlid dat haar had geholpen te vluchten, heeft vernomen dat [haar ex-man] de opdrachtgever achter de aanslag was en mogelijk mannen van Al Shabaab heeft ingezet. De rechtbank is van oordeel dat eiseres hiermee de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid in haar eerdere verklaringen afdoende inzichtelijk heeft gemaakt en dat dit verschonend moet worden geacht voor die wisselende verklaringen.
5.7.
Gelet op al het voorgaande, heeft de minister onvoldoende gemotiveerd dat de verklaringen van eiseres niet samenhangend en aannemelijk zijn. De beroepsgronden van eiseres slagen al om deze redenen.
Heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eiseres geen alleenstaande vrouw is?
6. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat zij niet kan worden aangemerkt als alleenstaande vrouw bij terugkeer. Volgens eiseres is het landenbeleid ondeugdelijk toegepast, omdat de minister niet heeft vastgesteld waar haar echtgenoot feitelijk verblijft. Ook heeft de minister ten onrechte niet onderzocht of de moeder van eiseres haar kan en wil opvangen, en of daarmee in de lokale context reële bescherming is geboden tegen gendergerelateerd geweld en sociale marginalisatie.
6.1.
De rechtbank overweegt dat de minister in de regel aan alleenstaande vrouwen uit Somalië een asielvergunning verleend. [12] Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien, wordt ten eerste bezien of zij in Somalië een echtgenoot heeft. Ten tweede wordt bezien of er een (groot)familie aanwezig is, waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen. De minister verleent geen asielvergunning aan een alleenstaande vrouw is, indien aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. In dat geval dient de minister te betrekken of, en hoe, eiseres zich in het verleden heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië. [13]
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer niet als alleenstaande vrouw kan worden aangemerkt omdat zij gehuwd is. Eiseres heeft verklaard dat haar echtgenoot naar Kenia is gevlucht in verband met haar problemen. Nu de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat deze problemen ongeloofwaardig zijn, heeft de minister niet onverkort kunnen stellen dat zijn vlucht naar Kenia niet gevolgd wordt. Het primaire standpunt dat eiseres terugkeert naar een omgeving waar haar echtgenoot verblijft is daarom onvoldoende gemotiveerd. De overige familieleden van eiseres in Somalië betreffen haar moeder, dochter en twee minderjarige pleegkinderen. De rechtbank volgt de minister niet in zijn subsidiaire standpunt dat eiseres voor opvang en bescherming kan terugvallen op deze overige familieleden, omdat daarmee niet gemotiveerd is ingegaan op de individuele omstandigheden van eiseres.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is al om het voorgaande gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De minister heeft de asielaanvraag ten onrechte afgewezen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, omdat dit in strijd is genomen met artikel 3:46 van Pro de Awb. [14]
8. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag te nemen. Dit is namelijk aan de minister om te beoordelen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om de gebreken te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus), omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
9. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening moet houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken na de dag van de bekendmaking van deze uitspraak.
10. Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 12 september 2025;
  • draagt de minister op binnen zes weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
binnen 4 wekenna de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De Vreemdelingenwet 2000.
2.Zie artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.De Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
4.Arrest van het Hof van Justitie van 22 november 2012, ECLI:EU:C:2012:744.
5.Van zp. ’s-Hertogenbosch van 8 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2024:18691 en van zp. Amsterdam van 14 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:23281.
6.Pagina 2 en 3 van het gehoor bij de AVIM.
7.Pagina 11 van het aanmeldgehoor.
8.Zie pagina 8 van het nader gehoor en pagina 7 van het aanmeldgehoor.
9.Van 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24019.
10.De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:86.
11.Zie pagina 8, 20, 21, 22 en 23 van het nader gehoor.
12.Zie paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc.
13.Zie de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:425.
14.De Algemene wet bestuursrecht.