Uitspraak
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Feiten en omstandigheden
[persoon 1] , tevens referente in deze zaak.
19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser, referente, Z. Hamawandi (tolk in de Arabisch-Irakese taal), [persoon 2] (juridisch trajectbegeleider van eiser en referente) en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.
18 april 2025 in te trekken. Verweerder heeft daarbij meegedeeld de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,- en het griffierecht van € 194,- aan eiser te vergoeden.
Beoordeling door de rechtbank
€ 100,- per dag, met een maximum van € 15.000,-.
Conclusie en gevolgen
niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het intrekkingsbesluit van 11 maart 2026 is ongegrond. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar is gegrond. Verweerder krijgt de onder 5.4 genoemde termijn om alsnog een besluit te nemen.
Beslissing
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover dat gericht is tegen het ingetrokken bestreden besluit van 18 april 2025;
- verklaart het beroep ongegrond, voor zover dat gericht is tegen het intrekkingsbesluit van 11 maart 2026;
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van eiser gegrond;
- draagt verweerder op binnen acht weken na de datum van de zitting van
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eiser;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser, voor zover verweerder dit bedrag nog niet heeft uitgekeerd aan eiser.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.