ECLI:NL:RBDHA:2026:7241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 22 augustus 2024 en verweerder had uiterlijk 20 februari 2025 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 27 juni 2025 en het verstrijken van de wettelijke termijn, is het beroep op 3 september 2025 tijdig ingesteld en gegrond verklaard.
Verweerder hanteert het fifo-principe, waardoor de aanvraag pas in oktober 2027 in behandeling zou worden genomen. De rechtbank acht dit een bijzonder geval en legt op grond van de Awb een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €467. De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een bestuurlijke dwangsom af vanwege de nieuwe wetgeving.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.