ECLI:NL:RBDHA:2026:7234
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 13 november 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, omdat eiser daar op 28 juli 2023 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Verweerder nam de aanvraag daarom niet in behandeling.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege tekortkomingen in het Duitse asielstelsel, waaronder beperkte rechtsbijstand, discriminatie, racisme en slechte opvangomstandigheden. Hij stelde dat overdracht aan Duitsland onevenredig hard zou zijn en dat hij risico loopt op indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd dat hij in Duitsland een reëel risico loopt op een met het EVRM of Handvest strijdige behandeling. De Duitse asielprocedure voldoet aan de Procedurerichtlijn en de gestelde tekortkomingen zijn niet structureel en zwaarwegend genoeg om het vertrouwensbeginsel te weerleggen.
Ook de stellingen over discriminatie en racisme werden niet voldoende onderbouwd om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De rechtbank zag geen bijzondere, individuele omstandigheden die overdracht aan Duitsland onevenredig hard maken. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.