ECLI:NL:RBDHA:2026:705
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na niet tijdig beslissen op asielaanvraag tijdens BVM Soedan
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en vorderde proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de minister pas na het indienen van het beroep een besluit nam, waardoor de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen en de proceskosten moet vergoeden. De rechtbank verwierp de stelling van de minister dat de beslistermijn nog niet was verlopen op grond van het wijzigingsbesluit WBV 2023/3.
De rechtbank achtte het wijzigingsbesluit onrechtmatig gelet op een arrest van het Hof van Justitie van de EU, waardoor de beslistermijn in beginsel zes maanden bedraagt. Het Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) voor Soedan werd door de rechtbank geïnterpreteerd als opschorting van de beslistermijn, niet verlenging.
De aanvraag van verzoeker viel binnen de geldigheid van het BVM, dat op 9 juli 2024 eindigde waarna de beslistermijn weer ging lopen. De minister besloot niet binnen de wettelijke termijn na het einde van het BVM, waardoor het beroep ontvankelijk was en terecht werd ingesteld.
De rechtbank veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 467,-.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.