ECLI:NL:RBDHA:2026:702
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit na beëindiging facultatieve tijdelijke bescherming vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Tunesische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit van de minister van Asiel en Migratie, opgelegd op 11 maart 2024. Eerder was een voorlopige voorziening getroffen waardoor eiser werd behandeld als vreemdeling onder Richtlijn 2001/55/EG totdat op het beroep werd beslist.
De kern van het geschil betreft de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming per 4 maart 2024, zoals bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak en het Hof van Justitie. De rechtbank stelt vast dat de minister bevoegd was het terugkeerbesluit uit te vaardigen omdat het recht op tijdelijke bescherming was geëindigd.
Eisers betoog dat de hoorplicht is geschonden wordt verworpen. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om schriftelijk te reageren op het voornemen tot terugkeerbesluit en dat geen persoonlijke omstandigheden zijn aangevoerd die een mondelinge hoorzitting vereisten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft het terugkeerbesluit en wijst een proceskostenvergoeding aan eiser af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.