ECLI:NL:RBDHA:2026:676

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
NL25.46879, NL25.55080 en NL25.55081
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Nigeriaanse homoseksuele man afgewezen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en seksuele gerichtheid

In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt het beroep van een Nigeriaanse man, die asiel heeft aangevraagd op basis van zijn homoseksuele gerichtheid, behandeld. Eiser heeft op 25 oktober 2023 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser stelt dat hij in Nigeria is vervolgd vanwege zijn seksuele gerichtheid en dat hij vreesde voor bestraffing. De rechtbank constateert dat de minister van Asiel en Migratie de aanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van zijn identiteit en de geloofwaardigheid van zijn asielrelaas in twijfel is getrokken. De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 23 december 2025 behandeld. Eiser heeft verklaard dat hij zijn paspoort is kwijtgeraakt, maar geen aangifte heeft gedaan. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende doorgevraagd heeft op de antwoorden van eiser en dat er onvoldoende rekening is gehouden met het referentiekader van eiser. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar het beroep tegen het bestreden besluit gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Eiser krijgt een vergoeding van zijn proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.46879, NL25.55080 en NL25.55081
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. T.J.M Schilder).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Eiser heeft op 25 oktober 2023 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 26 september 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag (zaaknummer NL25.46879). Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 november 2025 eisers aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Op 10 november 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen dit besluit (zaaknummer NL25.55080) en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer NL25.55081).
1.1.
De rechtbank heeft de beroepen en het verzoek om een voorlopige voorziening op 23 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, P. Khokhar als tolk, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedatum] 1993 en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben. Aan zijn asielaanvraag legt eiser ten grondslag dat hij Nigeria heeft verlaten vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. In Nigeria is hij door een buurvrouw betrapt tijdens seksuele handelingen met zijn partner. Hierna vreesde eiser voor bestraffing, omdat homoseksualiteit in Nigeria strafbaar is.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • homoseksuele gerichtheid en bijbehorende problemen.
Verweerder vindt de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig op basis van herkomstonderzoek. De identiteit van eiser is volgens verweerder niet geloofwaardig. Eiser is zijn paspoort kwijtgeraakt, maar heeft hiervan geen aangifte gedaan bij de politie. Daarmee heeft eiser geen oprechte inspanning geleverd om zijn aanvraag te staven. Eiser heeft daarmee ook onvoldoende documenten gegeven. Hij heeft geen goede verklaring gegeven over waarom hij geen nieuwe identiteitsdocumenten heeft kunnen verkrijgen. Ook heeft eiser tegenstrijdig verklaard over het kwijtraken van zijn paspoort.
De homoseksuele gerichtheid van eiser en de bijbehorende problemen zijn volgens verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft oppervlakkig en summier verklaard over de ontdekking van zijn gestelde seksuele gerichtheid. Ook heeft hij geen inzicht gegeven in zijn persoonlijke ontwikkeling ten aanzien van zijn homoseksuele gerichtheid en in wat de afwijzing van de Nigeriaanse maatschappij met hem persoonlijk doet. Verder heeft eiser oppervlakkig en algemeen verklaard over zijn gestelde relatie met [naam] . Over de betrapping door de buurvrouw heeft eiser ook oppervlakkig verklaard en het is volgens verweerder weinig plausibel dat eiser zich op eenvoudige wijze heeft laten betrappen. Verweerder vindt het ook opvallend dat eiser weinig kennis heeft over de situatie en rechten van LHBTI-ers in Nederland, terwijl hij juist naar Nederland is gekomen vanwege de vrijheid en veiligheid van LHBTI-ers. Het feit dat eiser zich niet zo snel mogelijk heeft gemeld om asiel aan te vragen, doet ook afbreuk aan de noodzaak van eisers asielaanvraag en aan zijn geloofwaardigheid.
Omdat eisers homoseksuele gerichtheid niet geloofwaardig is bevonden, heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen daartoe de mogelijkheid bestond. [1] Verweerder heeft eiser daarom een terugkeerbesluit opgelegd en een inreisverbod van twee jaar.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Verweerder heeft ten eerste eisers identiteit ten onrechte niet geloofwaardig gevonden. Eiser heeft een basisschoolcertificaat overgelegd en hoewel dit geen identiteitsbewijs is, geeft het wel een indicatie van eisers identiteit. Ook heeft verweerder de tegenstrijdigheid tussen eisers verklaringen in het aanmeldgehoor en in het nader gehoor, over het kwijtraken van zijn paspoort, niet mogen tegenwerpen, omdat deze tegenstrijdigheid niet aan eiser is voorgelegd.
Daarnaast blijkt uit de besluitvorming niet op welke wijze verweerder rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser in de weging van eisers antwoorden, met name eisers opleidingsniveau en het culturele aspect. Het is aan verweerder om concreet en kenbaar te maken op welke wijze het referentiekader is betrokken, ook als de asielzoeker niet precies kan aantonen op welke punten het referentiekader effect heeft gehad. [2]
Verder heeft verweerder ten onrechte eisers homoseksuele gerichtheid ongeloofwaardig geacht. Verweerder werpt eiser tegen dat hij oppervlakkig en summier heeft verklaard over de ontdekking van zijn homoseksuele gerichtheid en over de relatie met [naam] en dat hij geen inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke ontwikkeling, maar verweerder heeft hier zelf onvoldoende over doorgevraagd. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt wat de afwijzing vanuit de Nigeriaanse maatschappij met hem persoonlijk doet. Het is onduidelijk wat eiser hierover nog meer had kunnen verklaren. [3] Verweerder maakt ook niet concreet waarom eisers beschrijving van de betrapping, en de daaropvolgende vlucht, summier is. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen dat het weinig plausibel is dat eiser zich op eenvoudige wijze liet betrappen. In Nigeria gaat het samenzijn van een man met een andere man altijd met risico’s gepaard. Verweerder gaat uit van het onjuiste stereotype dat mensen nooit risico’s nemen. Verder is verweerder in het voornemen van mening dat het opvallend is dat eiser weinig kennis heeft over de situatie en rechten van LHBTI-ers in Nederland, terwijl verweerder in het bestreden besluit eveneens stelt dat het gebrek aan kennis over de situatie van LHBTI-ers in Nederland niet maakt dat eisers homoseksuele gerichtheid minder aannemelijk is. Verweerder is hier tegenstrijdig.
Tot slot kan eiser de redenering van verweerder over het niet zo spoedig mogelijk indienen van de asielaanvraag, niet volgen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Beroep niet tijdig beslissen
5. Omdat eiser eerst een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ingesteld, en op dit beroep nog geen uitspraak is gedaan, zal de rechtbank hier eerst op ingaan.
6. Eiser heeft verweerder met de brief van 8 september 2025 in gebreke gesteld. Uit het bestreden besluit blijkt dat tussen partijen niet in geschil is dat op dat moment de beslistermijn was verstreken en de ingebrekestelling gelet daarop geldig was. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiser op 26 september 2025 beroep heeft ingesteld. Op 4 november 2025 heeft verweerder alsnog op eisers aanvraag beslist. Omdat verweerder inmiddels heeft beslist, is het belang van eiser bij een beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag komen te vervallen. Het beroep met zaaknummer NL25.46879 is daarom, voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen, niet-ontvankelijk. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de beslistermijn door verweerder is overschreden en pas na deze overschrijding een besluit op eisers asielaanvraag is genomen, ziet de rechtbank wel aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
7. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. [4] Eiser kan zich niet verenigen met het genomen besluit. Verweerder is dan ook niet volledig aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Eisers beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom van rechtswege ook gericht tegen het bestreden besluit. Het beroep dat eiser afzonderlijk heeft ingesteld tegen dit besluit, met zaaknummer NL25.55080, zal de rechtbank daarom niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank gaat hierna in op eisers beroepsgronden tegen het bestreden besluit.
Geloofwaardigheid identiteit
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers identiteit ongeloofwaardig heeft kunnen vinden. Verweerder heeft hierbij niet alleen tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de manier waarop hij zijn paspoort is verloren, maar ook dat eiser geen oprechte inspanning heeft geleverd om zijn aanvraag te staven en dat eiser niet voldoende heeft toegelicht waarom hij geen nieuw paspoort of ander identiteitsdocument heeft weten te verkrijgen. Verweerder heeft dit tegen kunnen werpen omdat eiser heeft verklaard dat hij geen aangifte heeft gedaan van het verlies van zijn paspoort en ook niet geprobeerd heeft om een nieuw identiteitsdocument aan te vragen. Verweerder heeft het basisschoolcertificaat onvoldoende kunnen vinden om eisers identiteit alsnog geloofwaardig te achten, omdat niet is gebleken dat eiser niet aan een identificerend document zou kunnen komen.
Geloofwaardigheid homoseksuele gerichtheid en bijbehorende problemen
9. Bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid van een vreemdeling legt verweerder het zwaartepunt bij de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen en persoonlijke beleving van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. [5] Verweerder stelt de vreemdeling tijdens het nader gehoor in de gelegenheid om zijn seksuele gerichtheid zo goed en volledig mogelijk naar voren te brengen. Verweerder vraagt hierbij waar nodig door op de gegeven antwoorden en houdt daarbij rekening met de mate waarin mensen hun gerichtheid in woorden kunnen vatten en het niveau en de wijze van vertellen van de vreemdeling en zijn referentiekader.
9.1.
Uit het nader gehoor van eiser blijkt dat verweerder aan hem enkele vragen heeft gesteld over zijn ervaringen en persoonlijke belevingen. Aan eiser is bijvoorbeeld gevraagd hoe hij zich voelde toen hij besefte dat hij op hetzelfde geslacht viel, waarop hij heeft geantwoord dat hij zich neutraal voelde, niet goed niet slecht. Even later is aan eiser dezelfde vraag gesteld, waarop hij heeft geantwoord dat hij zich normaal voelde. Ook is aan eiser gevraagd of hij kan beschrijven hoe hij zich voelde toen hij voor het eerst verliefd werd op iemand van hetzelfde geslacht, waarop eiser heeft verklaard dat hij samen met hem is opgegroeid, dat hij hem aanraakte en dat hij de gevoelens voelde die hij voor hem had. Verder is aan eiser gevraagd hoe zijn eerste ervaring met een man voor hem was, waarop eiser heeft geantwoord dat hij het fijn, goed en leuk vond. Tussen eiser en verweerder is niet zozeer in geschil dat de antwoorden van eiser summier zijn te noemen, maar voornamelijk zijn zij verdeeld over de vraag of verweerder meer had moeten doorvragen op eisers antwoorden in het nader gehoor en of verweerder, zowel in het nader gehoor als in de besluitvorming, voldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Verweerder stelt zich met betrekking tot deze vragen op het standpunt dat het de verantwoordelijkheid van eiser is om zijn asielrelaas naar voren te brengen en dat hij voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser.
9.2.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser tijdens het nader gehoor onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om zijn seksuele gerichtheid zo goed en volledig mogelijk naar voren te brengen. Eiser is een man van 32 jaar oud die alleen enige tijd basisonderwijs gevolgd heeft. Hij komt uit Nigeria, waar hij niet open kon zijn over zijn seksuele gerichtheid. Gelet op dit referentiekader heeft verweerder niet duidelijk gemaakt waarom hij niet door had hoeven vragen op eisers summiere antwoorden en van eiser verwacht had mogen worden dat hij, zonder doorvragen op zijn gegeven antwoorden, meer inzicht had kunnen geven in zijn gedachten en gevoelens bij zijn seksuele gerichtheid. Naar het oordeel van de rechtbank was het, gelet op eisers referentiekader, aan verweerder geweest om tijdens het nader gehoor door te vragen op eisers gegeven antwoorden, eiser ermee te confronteren dat zijn antwoorden summier waren en aan eiser duidelijk te maken dat er van hem verwacht werd meer inzicht te geven in zijn gedachten en gevoelens. Zoals de hoogste bestuursrechter ook eerder geoordeeld heeft, is het doorvragen op gegeven antwoorden van belang omdat de mate waarin iemand zijn gerichtheid in woorden kan vatten per persoon zal verschillen en niet iedere vreemdeling gewend is om over zijn persoonlijke ervaringen en gevoelens te praten. [6] De rechtbank merkt hierbij nog op dat doorvragen niet hetzelfde is als het meerdere keren stellen van dezelfde vraag in dezelfde bewoordingen, nu verwacht kan worden dat de vreemdeling op dezelfde vraag ook hetzelfde antwoord zal geven en daarmee niet meer gelegenheid wordt geboden om inzicht te geven. Naast dat verweerder onvoldoende doorgevraagd heeft, mist de rechtbank in het nader gehoor ook vragen over bepaalde thema’s uit de WI 2019/17. Verweerder heeft over verschillende thema’s voornamelijk feitelijke vragen gesteld maar niet gevraagd wat eisers gevoelens en gedachten hierbij waren.
9.3.
Verder is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet alleen in het nader gehoor, maar ook in de besluitvorming onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers referentiekader. Verweerder heeft in het voornemen een kopje ‘referentiekader’ opgenomen waarin eisers referentiekader beschreven is. Maar uit de besluitvorming blijkt niet wat er gelet op dit referentiekader van eiser verwacht mag worden en waarom, en hoe dit referentiekader vervolgens betrokken is bij de beoordeling van eisers verklaringen. In het voornemen staat dat gelet op eisers referentiekader en leeftijd mag worden aangenomen dat eiser in staat is om meer inzicht te verschaffen over zijn seksuele gerichtheid, maar hierbij staat niet
waaromdit gelet op eisers referentiekader verwacht zou mogen worden. In het bestreden besluit is uitvoerig toegelicht wat er in het algemeen van vreemdelingen verwacht mag worden met betrekking tot het inzicht geven in hun gedachten en gevoelens over hun seksuele gerichtheid, maar dit is niet specifiek gemaakt met betrekking tot het referentiekader van eiser.
9.4.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder het besluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende gemotiveerd heeft dat eiser summier verklaard heeft, nu verweerder zelf onvoldoende doorgevraagd heeft in het nader gehoor en bij de beoordeling van eisers verklaringen zijn referentiekader onvoldoende betrokken heeft.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep met zaaknummer NL25.46879 is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep met zaaknummer NL25.46879, voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit, is gegrond. De rechtbank zal daarom het bestreden besluit vernietigen en bepalen dat verweerder een nieuw besluit moet nemen op eisers aanvraag. Hierbij moet hij rekening houden met deze uitspraak.
11. Het beroep met zaaknummer NL25.55080 is niet-ontvankelijk.
12. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
13. Omdat verweerder te laat heeft beslist en omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 3.269,-. [7]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.46879, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL25.46879, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit, gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • verklaart het beroep in de zaak NL25.55080 niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
De rechtbank/de voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 3.269,- aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
2.Eiser verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1622, en een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 16 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14681.
3.Eiser verwijst hierbij naar zijn verklaringen op pagina 21 van het verslag van het nader gehoor.
4.Artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).
5.Zie werkinstructie 2019/17 Horen en beslissen in zaken waarin lhbti-gerichtheid als asielmotief is aangevoerd.
6.Zie de uitspraak van de Afdeling van 2 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1982.
7.1 punt voor het indienen van het beroepschrift niet tijdig beslissen met een waarde per punt van