Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag van 11 januari 2025 voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging nareis asiel.
De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een mogelijke verlenging van drie maanden, heeft overschreden en dat eiseres de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Het beroep is daarmee terecht en gegrond verklaard.
De rechtbank legt aan de minister een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak op om alsnog een besluit te nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, rekening houdend met de inzet van een professionele gemachtigde en de beperkte aard van het geschil.