ECLI:NL:RBDHA:2026:6652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit minister inzake tijdelijke bescherming Oekraïense vreemdeling
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het terugkeerbesluit dat de minister van Asiel en Migratie op 17 juli 2025 aan eiser, een Nigeriaanse vreemdeling die tijdelijk in Nederland verbleef op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB), heeft opgelegd. Eiser betwistte dit besluit, maar de rechtbank oordeelt dat het besluit terecht is genomen.
Eiser had eerder een terugkeerbesluit ontvangen op 7 februari 2024, dat echter prematuur was omdat eiser toen nog rechtmatig verblijf genoot. Dit besluit werd ingetrokken en vervangen door het besluit van 17 juli 2025, dat na het einde van de tijdelijke bescherming op 4 maart 2024 is genomen. Eiser heeft geen nieuwe gronden tegen dit besluit aangevoerd.
De rechtbank verwijst naar het arrest Kaduna en Abkez van het Hof van Justitie van de EU, waarin is bevestigd dat lidstaten facultatieve tijdelijke bescherming eerder mogen intrekken mits dit de doelstellingen van de RTB en algemene rechtsbeginselen respecteert. Het terugkeerbesluit van 17 juli 2025 voldoet hieraan en is daarom rechtmatig.
Het beroep tegen het ingetrokken besluit van 7 februari 2024 wordt niet-ontvankelijk verklaard, maar eiser krijgt wel proceskostenvergoeding wegens de prematuur genomen beslissing. Het beroep tegen het besluit van 17 juli 2025 wordt ongegrond verklaard, waardoor het terugkeerbesluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 17 juli 2025 wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.