ECLI:NL:RBDHA:2026:6638
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en non-refoulement bij beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïne
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende derdelander, verbleef rechtmatig in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vanwege de invasie in Oekraïne. De minister legde op 21 juli 2025 een vervangend terugkeerbesluit op, waarmee het verblijfsrecht van eiser werd beëindigd. Eiser stelde dat het terugkeerbesluit prematuur was en dat de minister geen geactualiseerde non-refoulementbeoordeling had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd. De rechtbank verwierp het verweer dat het besluit prematuur was, mede omdat eiser geen geldige voorlopige voorziening kon aantonen die rechtmatig verblijf zou garanderen. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de minister een geactualiseerde beoordeling had gemaakt waaruit bleek dat geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar India bestond.
Verder werd het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 22 augustus 2023 niet-ontvankelijk verklaard vanwege vervanging door het latere besluit. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat eiser binnen de gestelde termijn moet terugkeren naar India.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard en eiser moet terugkeren naar India.