Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser werd op 17 november 2025 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet. De maatregel werd op 13 februari 2026 opgeheven nadat de Libische autoriteiten op 3 februari 2026 zijn nationaliteit niet konden bevestigen. De rechtbank beoordeelde of de voortzetting van de bewaring tot de opheffing rechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat na 3 februari 2026 geen zicht meer was op uitzetting en dat de bewaring sindsdien geen doel meer diende. Hoewel verweerder stelde dat nader dossieronderzoek plaatsvond tot 6 februari 2026, was er daarna geen feitelijke uitzettingshandeling meer. De bewaring na 6 februari 2026 werd daarom onrechtmatig geacht.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe voor zeven dagen onrechtmatige vrijheidsontneming à €120 per dag, totaal €840. Tevens werden de proceskosten van €934 aan eiser toegekend. De rechtbank wees een bevel tot opheffing af omdat de bewaring reeds was opgeheven. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de bewaring na 6 februari 2026 onrechtmatig was en kent eiser een schadevergoeding van €840 toe.