ECLI:NL:RBDHA:2026:644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf voor familiebezoek wegens twijfel terugkeer
Eisers, Eritrese nationaliteit, vroegen op 14 oktober 2024 een visum voor kort verblijf aan om hun dochter, die een asielvergunning in Nederland heeft, te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af en verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond. Eisers betwistten dit en stelden dat zij de familierelatie hadden aangetoond en voldoende sociale en economische binding met Ethiopië hadden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar kennelijk ongegrond verklaarde omdat eisers onvoldoende bewijs leverden van de familierelatie en het doel van het verblijf. Hoewel de asieldossiers van referente bevestigen dat eisers haar ouders zijn, is er twijfel over het voornemen van eisers om tijdig terug te keren, mede door het ontbreken van substantiële sociale en economische binding in Ethiopië.
De rechtbank benadrukte dat verweerder een ruime beoordelingsruimte heeft en dat toetsing terughoudend is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.