Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
17 januari 2024 had bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning van rechtswege niet op deze datum kon eindigen, maar van rechtswege zou eindigen op 4 maart 2024.
29 maart 2024 [3] en 25 april 2024 [4] prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Naar aanleiding hiervan heeft de minister een bevriezingsmaatregel genomen, inhoudende dat personen van wie de tijdelijke bescherming was beëindigd langer gebruik mochten maken van de rechten die zij onder de Richtlijn hadden.