In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 juni 2023. In een eerdere procedure had de rechtbank al vastgesteld dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen, met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500 bij overschrijding.
De minister heeft echter niet binnen deze termijn beslist, waarna eiseres een tweede beroep instelde. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het '8+8 wekenmodel' en het feit dat op 30 en 31 juli 2025 een nader gehoor heeft plaatsgevonden.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000, bedoeld als prikkel voor de minister om tijdig te beslissen. De rechtbank acht deze dwangsom redelijk en ziet geen aanleiding tot verhoging ondanks het eerdere uitblijven van een besluit.
Tot slot veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €233,50, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege de beperkte omvang van het opvolgend beroep.