Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 10 december 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Gelet op eerdere jurisprudentie en het 8+8 wekenmodel, wordt een kortere beslistermijn passend geacht nu de bovengrens van 21 maanden is overschreden. Na een aanvullend gehoor op 4 december 2025 moet de minister binnen vier weken een besluit nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 467,-. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en openbaar gemaakt op 23 maart 2026.