In deze bestuursrechtelijke procedure heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 18 september 2023. Eerder had de rechtbank een beslistermijn van acht weken opgelegd met een dwangsom van €100 per dag tot maximaal €7.500, maar de minister heeft niet binnen deze termijn beslist.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister wordt opgedragen binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarbij wordt rekening gehouden met het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak, maar vanwege de overschrijding van de bovengrens van 21 maanden wordt een kortere termijn passend geacht.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000, als prikkel voor tijdige besluitvorming. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden bij een opvolgend beroep.