Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres;
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
wat heb jij vandaag gedaan?,waarop is geantwoord:
‘friet bakken’. Niet gevraagd is of deze werknemer ook bezorgingen heeft gedaan die dag en uit het dossier is verder ook niet expliciet gebleken dat het [minderjarige 3] was die bij de werkplekcontrole door de inspecteurs voor het restaurant werd gezien met bedrijfskleding en een scooter. De conclusie dat eisers 10 overtredingen van de ATW door [minderjarige 3] hebben toegestaan, is daarbij niet te baseren op de urenregistratie die is overgelegd. Daaruit volgt namelijk alleen wanneer de kinderen hebben gewerkt en niet welke werkzaamheden zijn op die dagen hebben verricht. De stelling dat [minderjarige 1] minimaal één keer een overtreding heeft begaan door bezorging, dan wel werken in de keuken, vindt bovendien geen steun in het onderzoeksrapport en de verklaringen. Verweerder heeft daarbij ten onrechte tegengeworpen dat 13- en 14-jarigen slechts hulparbeid mogen verrichten en dat 15 jarigen alleen onder toezicht arbeid mogen verrichten. Dit is een onjuiste interpretatie van de wet, aangezien het 15 jarigen toegestaan is om zonder nadrukkelijk toezicht te werken. Uit de overgelegde arbeidsovereenkomsten en de verklaringen van eiser volgt daarbij tegenbewijs voor de conclusie dat sprake was van verboden kinderarbeid, nu daarin alleen lichte werkzaamheden in zijn beschreven. Zonder steunbewijs mocht verweerder daarbij niet enkel op basis van de verklaringen van de kinderen tegenwerpen dat sprake is van kinderarbeid en is bovendien onvoldoende doorgevraagd en rekening gehouden met de taalbarrière van de kinderen.
“Welke werkzaamheden verricht u? Wat deed u vandaag?”, heeft hij geantwoord:
“Bezorgen en keuken, friet bakken en brood en alles klaarleggen voor de bezorgers.”Hieruit volgt dat werknemer 1 weliswaar op 18 februari 2023 arbeid heeft verricht die strijdig is met de ATW, maar niet dat op de andere 10 data sprake is van overtredingen van de ATW door het bakken van friet en brood in de keuken van het restaurant en/of het zonder toezicht bezorgen van maaltijden per elektrische fiets/scooter. [2] De urenregistraties, tezamen met de verklaring van werknemer 1 op 18 februari 2023 dat hij die dag als werk friet bakte en heeft bezorgd, zijn daarvoor onvoldoende. Op grond hiervan heeft verweerder ten aanzien van werknemer 1 alleen voor één werkdag en dus één overtreding voldoende bewijs geleverd.
“de jongen niet weer mocht bezorgen, omdat het eten anders koud werd”.De rechtbank overweegt dat uit de dossierstukken niet blijkt welke jongen hiermee bedoeld werd. De verklaring van eiser (desgevraagd) tijdens de werkplekcontrole dat de jongens die op dat moment door de arbeidsinspecteurs gehoord werden, waaronder werknemer 1, die dag aan het bezorgen waren, zegt ook alleen iets over de verrichte werkzaamheden op 18 februari 2025. Aanvullend merkt de rechtbank op dat eisers weliswaar hebben erkend dat werknemer 1 incidenteel een bezorging deed, maar dat de rechtbank niet is gebleken hoe vaak werknemer 1 deze werkzaamheden verrichtte en of dit zonder toezicht gebeurde
.
“Bezorgen, afwassen, vegen en bestellingen aannemen. Soms wilde de klant contant betalen, dan moest je dat doen. Bezorgen deed ik op de elektrische fiets en soms op de scooter. Ik heb alle dagen dat ik gewerkt heb bezorgd. Bezorgen deed ik het meest. Als er geen bestellingen waren moest ik afwassen of iets anders doen.”Verweerder heeft hiermee geen onderbouwing voor het standpunt dat werknemer 2 burgers heeft bereid. De rechtbank overweegt over de bezorgwerkzaamheden het volgende. Op grond van artikel 1:1, derde lid, onder c, van de Nadere regeling kinderarbeid [3] zijn onacceptabele veiligheidsrisico's voor een kind van 13 of 14 jaar in ieder geval aanwezig bij werkzaamheden waarbij het kind zelfstandig en op commerciële basis maaltijden bezorgt, door deelname aan het verkeer met behulp van een voertuig. Hoewel de rechtbank op basis van de overgelegde arbeidsovereenkomst van werknemer 2, weliswaar voldoende bewezen acht dat werknemer 2 op commerciële basis maaltijden bezorgde, mist het bestreden besluit bewijs voor het standpunt dat deze werkzaamheden zelfstandig en zonder toezicht zijn verricht. Op grond hiervan heeft verweerder ten onrechte boetes opgelegd voor verboden kinderarbeid door werknemer 2.
Conclusies en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Bijlage
aop grond van de artikelen 3.46, 4.105, 4.106, 6.27, 7.39 of 9.36 van het Arbeidsomstandighedenbesluit voor jeugdige werknemers arbeid is verboden dan wel daaraan bijzondere vereisten zijn gesteld;