ECLI:NL:RBDHA:2026:597
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot uitvoerbaar verklaring van een Franse voogdijbeslissing en ondercuratelestelling
In deze zaak heeft verzoekster, de zus van betrokkene, een verzoek ingediend bij de kantonrechter om een Franse rechterlijke beslissing tot voogdij over betrokkene in Nederland uitvoerbaar te verklaren. Betrokkene, die de Belgische nationaliteit heeft en in Frankrijk woont, is handelingsonbekwaam. De Franse rechter heeft verzoekster in 2022 tot voogd aangesteld. Verzoekster wil betrokkene naar Nederland laten verhuizen om hem daar te verzorgen. Het verzoek is ingediend op 18 augustus 2025, maar voldoet niet aan de vereisten van de artikelen 985 en 986 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die bepalen dat een verzoek tot uitvoerbaar verklaring door een advocaat moet worden ingediend. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het verzoek niet-ontvankelijk is, omdat de benodigde formaliteiten niet zijn nageleefd. Daarnaast is vastgesteld dat de Franse rechter bevoegd is op basis van het Haags Volwassenenbeschermingsverdrag 2000, aangezien betrokkene in Frankrijk woont en er geen banden met Nederland zijn aangetoond. De kantonrechter heeft de beschikking op 13 januari 2026 uitgesproken, waarin het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoekster kan tegen deze beslissing in hoger beroep gaan, maar alleen via een advocaat.