ECLI:NL:RBDHA:2026:5903
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne en terugkeerbesluit ongegrond verklaard
Eiser, een Nigeriaanse derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de oorlog in Oekraïne, betwistte het besluit van de minister om zijn tijdelijke bescherming te beëindigen en hem te verplichten terug te keren naar Nigeria.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, mits niet vóór 4 maart 2024. Eiser had na die datum geen rechtmatig verblijf meer en geen lopende verblijfsaanvraag. De bevriezingsmaatregel die de minister had ingesteld, gold slechts als feitelijke opschorting en niet als rechtmatig verblijf.
Eisers argumenten over het vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, schending van de hoorplicht en risico op ernstige schade bij terugkeer werden verworpen. De rechtbank vond dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om te reageren en dat zijn persoonlijke situatie onvoldoende was onderbouwd. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het gezinsleven faalde omdat geen duurzame relatie voor de inval was aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het terugkeerbesluit en veroordeelde de minister in de proceskosten van € 934.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.