Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
Overwegingen
“Toepassing lichter middel
Medische problemen
Betrokkene heeft tijdens het gehoor van 4 februari 2026 verklaard dat zij hoofdpijnklachten heeft. Overwogen wordt dat deze medische omstandigheden geen aanleiding vormen om af te zien van het opleggen van deze maatregel. Voor deze medische problemen kan betrokkene zich immers wenden tot de medische dienst in het detentiecentrum voor behandeling.
Zienswijze
In het voornemen van 23 januari 2026 is reeds gemotiveerd waarom geen aanleiding bestaat af te zien van het opleggen van deze maatregel. Deze overwegingen worden hierbij herhaald en ingelast. Naar aanleiding van dit voornemen heeft de gemachtigde, mevr. Mr. Sewnath, op 28 januari 2026 een zienswijze ingediend.
Conclusie
“Toepassing lichter middel”, maar in de daaropvolgende motivering heeft de minister er onvoldoende blijk van gegeven dat daadwerkelijk is afgewogen of een lichter middel kon worden toegepast. De minister stelt immers enkel vast dat de maatregel berust op het grensbewakingsbelang en dat een minder dwingende maatregel niet kan worden toegepast zonder dat dit grensbewakingsbelang (feitelijk) wordt prijsgegeven. Daarmee is voor eiseres onvoldoende inzichtelijk waarom het in haar specifieke geval niet mogelijk was om toepassing te geven aan een lichter middel. Dat staat nog los van de vraag of eiseres zelf bijzondere omstandigheden naar voren heeft gebracht. Ook wanneer dat niet het geval is dient de maatregel te worden voorzien van een
specifiekemotivering. Het grensbewakingsbelang weegt immers niet dermate zwaar dat het een vaststaand gegeven is dat de vreemdeling de vrijheid moet worden ontnomen wanneer asiel wordt aangevraagd aan de buitengrens.