Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse vreemdeling geboren in 2003, is in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) vanwege een voorgenomen overdracht op basis van de Dublinverordening. Eiser betwistte het rechtmatig verblijf en de rechtmatigheid van de bewaring, onder meer omdat hij geen bericht had ontvangen over de verlenging van de overdrachtstermijn en omdat het vertrekgesprek verwarring zou hebben veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat eiser Nederland kennelijk uit eigen beweging heeft verlaten, waardoor het rechtmatig verblijf is geëindigd. Er waren voldoende concrete aanknopingspunten voor de toepassing van de Dublinverordening en de maatregel van bewaring was daarom gerechtvaardigd. De verwarring over het vertrekgesprek doet niet af aan de rechtmatigheid van de bewaring, en een lichter middel was niet doeltreffend gezien het risico op onderduiken.
Verder overweegt de rechtbank dat de maatregel van bewaring niet getoetst hoefde te worden aan het non-refoulementbeginsel omdat het geen terugkeerprocedure betrof, maar een bewaring ten behoeve van overdracht. De ambtshalve toetsing leidt niet tot onrechtmatigheid van de maatregel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring ten behoeve van overdracht op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.