Eiseres, een werkgever, verzocht op 22 juli 2025 om herbeoordeling van het recht van een (ex-)werkneemster op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet tijdig beslist, waarop eiseres op 22 januari 2026 beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Het UWV heeft al een dwangsombeslissing genomen, maar de rechtbank legt een aanvullende dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor verdere overschrijding.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen zes weken na verzending van de uitspraak een medische beoordeling door een verzekeringsarts moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen, in totaal uiterlijk binnen negen weken. Dit is een bijzonder geval vanwege het tekort aan verzekeringsartsen.
De rechtbank wijst het verzoek van het UWV af om een langere termijn van 40 weken toe te staan, omdat onvoldoende onderbouwing is gegeven. Tevens veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen.