Eiseres, een werkgever, verzocht op 22 juli 2025 om herbeoordeling van het recht van een (ex-)werkneemster op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarop eiseres op 26 januari 2026 beroep instelde wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Het UWV heeft al een dwangsombeslissing genomen, maar heeft nog geen inhoudelijk besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank motiveert deze termijn als passend vanwege het medisch advies van een verzekeringsarts dat nodig is en het structurele tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. De termijn bestaat uit zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor het besluit. Bij overschrijding wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar.