Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een asielzoeker, heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de beëindiging van zijn opvang door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa). Hij stelde dat hij bijzondere omstandigheden heeft, waaronder meervoudige medische problematiek, verslaving, psychische problemen en suïciderisico, die voortzetting van de opvang rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het recht op opvang volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) eindigde op 16 april 2025, na afwijzing van verzoekers aanvraag voor uitstel van vertrek en het bezwaar daarop. De brief van het COa waarin de beëindiging van de opvang werd meegedeeld, was geen besluit in de zin van de Awb.
De voorzieningenrechter stelde dat alleen bij een acute medische noodsituatie die direct samenhangt met de opvangvoorzieningen een verplichting tot voortzetting van opvang bestaat. Verzoeker had onvoldoende onderbouwing geleverd van een dergelijke situatie. Chronische aandoeningen en afhankelijkheid van zorg of medicatie zijn geen grond voor voortzetting. Ook verwees de rechter naar de mogelijkheid van medische zorg buiten de opvang op grond van de Vreemdelingenwet.
Gelet op het voorgaande heeft het beroep tegen de beëindiging van de opvang geen redelijke kans van slagen, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de opvang is afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.