Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 467 (vierhonderdzevenenzestig euro).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn ouders en verblijf als familie- of gezinslid voor zijn broers. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn besloten, waardoor hij in gebreke is gesteld.
Verweerder past het fifo-principe toe voor de behandeling van nareisaanvragen vanwege grote achterstanden, waardoor de aanvraag van eiser pas in oktober 2027 aan de beurt zou komen. De rechtbank oordeelt dat dit een bijzonder geval is en legt op grond van de Awb een nadere beslistermijn op van acht weken, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
De rechtbank stelt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 vast en veroordeelt verweerder tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen, griffierecht en proceskosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.