Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische asielzoeker, diende een asielaanvraag in met het verhaal dat hij en zijn familie werden bedreigd door Al-Shabaab vanwege het weigeren van rekrutering. Hij kon zijn identiteit echter niet aannemelijk maken, omdat de overgelegde documenten afwijkende gegevens bevatten en hij geen originele documenten kon tonen.
De minister van Asiel en Migratie achtte de identiteit en het relaas van eiser ongeloofwaardig en wees de aanvraag af. Eiser voerde aan dat hij minderjarig was bij het verkrijgen van de documenten en dat hij niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor de afwijkingen. Ook stelde hij dat hij in het profiel van Al-Shabaab-rekruten past en verwees naar een ambtsbericht ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende uitleg gaf over de discrepanties in zijn documenten en tegenstrijdige verklaringen had afgelegd over het bezit van documenten. Hierdoor was zijn identiteit niet aannemelijk gemaakt. Volgens vaste jurisprudentie kan zonder aannemelijke identiteit het asielverhaal niet inhoudelijk worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 11 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep van de Somalische asielzoeker wordt ongegrond verklaard wegens het niet aannemelijk maken van zijn identiteit.