ECLI:NL:RVS:2022:3106
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijkheid identiteit en terugkeerland
De vreemdeling, met Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 29 maart 2021 af, waarna de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht de identiteit van de vreemdeling ongeloofwaardig achtte, mede vanwege de registratie onder zeven verschillende aliassen en geboortedata in Italië, zonder voldoende verklaring of overgelegde identiteitsdocumenten. Hierdoor hoefde het asielrelaas niet inhoudelijk te worden getoetst.
Daarnaast stelde de Raad vast dat het terugkeerbesluit niet ondubbelzinnig vermeldde naar welk land de vreemdeling moest terugkeren, wat in strijd is met de jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Raad van State. Dit gebrek aan duidelijkheid schaadt de rechtsbescherming van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de identiteit en het ontbreken van een duidelijk terugkeerland.