ECLI:NL:RBDHA:2026:5109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing aanvullende schadevergoeding kinderopvangtoeslag
Eiseres, gedupeerde van de toeslagenaffaire, vordert een hogere aanvullende schadevergoeding voor werkelijk geleden schade dan toegekend door de Dienst Toeslagen. De primaire vergoeding bedroeg € 703, later aangevuld tot € 13.933. Eiseres stelt dat materiële en immateriële schadeposten onvoldoende zijn vergoed en beroept zich op een uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
De rechtbank toetst het causale verband tussen de schade en de kinderopvangtoeslagproblematiek. De arbeidsovereenkomsten van eiseres en haar partner eindigden vóór het ontstaan van de problemen, waardoor inkomensschade niet aannemelijk is. Ook andere materiële schadeposten zijn onvoldoende onderbouwd. Wel is vastgesteld dat verweerder onzorgvuldig heeft gemotiveerd over de immateriële schadeposten ‘afwijzing schuldhulpverlening 2018’ en ‘dakloosheid’, waarvoor een nieuw besluit moet worden genomen.
Daarnaast is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep met ruim anderhalf jaar overschreden, wat leidt tot een vergoeding van € 2.000. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van deze immateriële schade, proceskosten van € 1.868 en het griffierecht van € 53. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de immateriële schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit over de immateriële schadevergoeding en beveelt een nieuw besluit met een vergoeding van € 2.000 wegens overschrijding redelijke termijn.