ECLI:NL:RBDHA:2026:4896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is meerdere malen door de rechtbank getoetst en steeds als rechtmatig beoordeeld tot het moment van het sluiten van het laatste onderzoek op 23 januari 2026.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en voerde aan dat de minister onvoldoende voortvarend was bij zijn uitzetting. De rechtbank onderzocht de voortgang en constateerde dat de minister sinds 25 februari 2026 in het bezit was van een geldig laissez-passer en dat een vlucht naar Casablanca op 16 maart 2026 geboekt was. Daarnaast werden maandelijks vertrekgesprekken gevoerd.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld en dat er geen reden was om de maatregel van bewaring op te heffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.