ECLI:NL:RBDHA:2025:18697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000 wegens onvoldoende onderbouwing lichter middel en voortvarendheid
De minister van Asiel en Migratie heeft op 19 september 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens geldt als verzoek om schadevergoeding.
Eiser stelde dat de minister ten onrechte geen lichter middel heeft toegepast, mede vanwege zijn medische problemen en onvoldoende medische zorg in het detentiecentrum. De rechtbank oordeelde dat de minister zich terecht op het standpunt stelde dat geen minder dwingende maatregel doeltreffend kon zijn. De medische omstandigheden van eiser waren onvoldoende onderbouwd en de zorg in detentie is gelijkwaardig aan die in de vrije maatschappij.
Verder voerde eiser aan dat de minister onvoldoende voortvarend handelde bij de verwijdering, omdat eiser verklaarde verblijfsrecht in Spanje te hebben. De rechtbank vond dat de minister voldoende onderzoek had gedaan en voortvarend had gehandeld, onder meer door een vertrekgesprek en het aanvragen van een laissez-passer.
De rechtbank zag ook ambtshalve geen reden om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.