Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser/verzoeker (hierna: eiser),
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank en de voorzieningenrechter
Wat staat er in het bestreden besluit?
7.3. De rechtbank stelt vast dat eiser op 26 april 2023 zijn asielaanvraag heeft ingediend. Eiser was toen 16 jaar oud. Op diezelfde datum bleek uit een Eurodac-treffer dat eiser op 18 augustus 2022 het grondgebied van de EU via Bulgarije was binnengekomen. De rechtbank stelt vast dat verweerder in ieder geval vanaf 30 april 2023 ervan uitging dat eiser evident minderjarig is. Dat blijkt uit de schouw tijdens het aanmeldgehoor AMV van 30 april 2023 [14] . Uit informatie van de Bulgaarse autoriteiten van 16 juni 2023 blijkt dat eiser een subsidiaire beschermingsstatus in Bulgarije heeft. Dit is vervolgens ongeveer een jaar later aan eiser meegedeeld in het combigehoor van 17 april 2024. Tenslotte is eerst op 29 augustus 2025 een gehoor bescherming EU met eiser gehouden. Eiser is op [datum] 2024 meerderjarig geworden.
7.4. De rechtbank volgt eiser in het standpunt dat verweerder er lang over heeft gedaan om een besluit te nemen, namelijk ongeveer twee jaar en negen maanden. Op de zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat de procedure van eiser zo lang heeft geduurd wegens grote drukte bij de IND, maar dat het besluit wel binnen drie jaar na de asielaanvraag van eiser is genomen. De rechtbank vindt dat onvoldoende verschonend in het licht van voornoemd toetsingskader. Ook het standpunt van verweerder dat de belangen van het kind in deze zaak niet hoeven te worden gewogen omdat eiser ten tijde van het bestreden besluit meerderjarig was, volgt de rechtbank niet. De rechtbank verwijst daarbij naar de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2024 [15] waaruit volgt dat gewicht toekomt aan de omstandigheid dat de vreemdeling in Nederland een jaar heeft gewacht op een gehoor terwijl al bekend was dat een andere lidstaat hem internationale bescherming heeft verleend, te meer omdat de vreemdeling zich gezien zijn 16-jarige leeftijd op dat moment in een vormende fase van zijn leven bevond. Deze omstandigheden spelen ook bij eiser een rol. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend gehandeld en niet heeft gemotiveerd op welke wijze in alle fasen van de procedure rekening is gehouden met de belangen van het kind. Daarbij komt dat verweerder niet heeft betrokken dat eiser slechts acht maanden in Bulgarije heeft verbleven en hij ten tijde van het bestreden besluit al bijna drie jaar in Nederland verblijft en er enkele familieleden van eiser in Nederland wonen terwijl in Bulgarije geen familieleden van eiser verblijven. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder nadere motivering aan eiser worden tegengeworpen dat hij een zodanige band met Bulgarije heeft dat het voor hem redelijk is om naar dat land terug te keren. De beroepsgrond slaagt.