ECLI:NL:RBDHA:2026:4782
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering uitstel van vertrek op medische gronden
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om geen uitstel van vertrek te verlenen na afwijzing van haar asielaanvraag. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om het vertrek uit te stellen op medische gronden.
De voorzieningenrechter beoordeelde of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft en of er sprake is van een spoedeisend belang. Uit het medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) blijkt dat verzoekster lijdt aan hypertensie, maar dat deze goed onder controle is met medicatie. Het BMA concludeert dat er geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan, ook als de medicatie niet wordt gebruikt.
Verzoekster stelde dat het advies onduidelijk is en dat de medicatie niet beschikbaar is in Liberia, maar zij overlegde geen contra-expertise. De voorzieningenrechter oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk is en dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot weigering van uitstel van vertrek wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.