ECLI:NL:RVS:2023:4789
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over uitstel van vertrek vreemdeling met psychische klachten
De vreemdeling uit Turkije had een asielaanvraag gedaan die was afgewezen. De staatssecretaris weigerde ambtshalve uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat geen medische noodsituatie werd vastgesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en uitstel van vertrek toegekend, mede op basis van een door de rechtbank benoemde deskundige die een medische noodsituatie aannam.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde onder meer dat de rechtbank onterecht een deskundige had benoemd zonder voldoende motivering en dat deze deskundige niet volgens het BMA-protocol had geoordeeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht een deskundige kon benoemen, maar dat de rechtbank ten onrechte de conclusies van deze deskundige volgde omdat deze niet was gebaseerd op de criteria van het BMA-protocol.
Verder stelde de Afdeling vast dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt kon stellen dat bij het uitblijven van behandeling geen medische noodsituatie op korte termijn zal ontstaan en dat hij niet hoefde te onderzoeken of behandeling in Turkije mogelijk was. Ook oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris wel rekening had gehouden met mogelijke risico's van uitzetting in het kader van reisvereisten.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het uitstel van vertrek toekende, en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek van de vreemdeling om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt in een aparte procedure behandeld.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, met vernietiging van het vonnis voor zover uitstel van vertrek werd toegekend.