Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het (verdere) verloop van de procedures
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 8 mei 2025 en de daarin genoemde stukken;
- het bericht van de bijzondere curator, ontvangen op 11 juli 2025;
- het bericht van de bijzondere curator, ontvangen op 20 augustus 2025;
- de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 28 augustus 2025 waarbij het verzoek van de bijzondere curator om de beschikking van 8 mei 2025 te verbeteren in de vorm van het afgeven van een herstelbeschikking, is afgewezen;
- het bericht van de bijzondere curator van 8 oktober 2025;
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen (waaronder de bereidverklaring van de gecertificeerde instelling om de voogdij over [de minderjarige] te aanvaarden), ontvangen op 14 oktober 2025.
- [naam 1] , namens de Raad;
- de advocaat van de vader;
- [naam 2] , namens de gecertificeerde instelling (als waarnemer van de vaste jeugdbeschermer);
- de gezinshuisouders;
- de bijzondere curator, via een videoverbinding.
De feiten in beide zaken
3.De verzoeken
4.De standpunten in beide zaken
5.De beoordeling in beide zaken
3 en 20 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) volgt dat de belangen van het kind voorop staan bij het nemen van een beslissing tot het beëindigen van ouderlijk gezag. Op grond van artikel 8 EVRM Pro geldt ten slotte dat, indien het doel van een gezagsbeëindiging met een lichtere maatregel kan worden bereikt, deze verkozen dient te worden boven de zwaardere maatregel. Daarnaast dient de inmenging in het gezinsleven die het gevolg is van deze maatregel, in een redelijke verhouding te staan tot het doel dat met de maatregel wordt nagestreefd (subsidiariteit en proportionaliteit).
6.De beslissing
[de vader], geboren op [geboortedatum 2] 1988 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland 2] ,
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] , [geboorteland 1] ;
mr. I.M. Kroon als griffier en op schrift gesteld op 13 februari 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.