Eisers, grootouders met de Afghaanse nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun zoon en diens gezin in Nederland te verblijven. De minister wees de aanvraag af omdat er volgens hem geen gezinsleven bestond tussen eisers en hun kleinkinderen, noch bijkomende afhankelijkheid tussen eisers en hun zoon en schoondochter.
Eisers stelden in beroep dat er wel degelijk sprake is van gezinsleven, onder meer omdat zij langdurig met het gezin hebben samengewoond en de kleinkinderen zes maanden zonder hun ouders bij hen verbleven. Ook speelden zij een grote rol in de opvoeding vanwege de jonge leeftijd van de moeder. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat er geen hechte persoonlijke banden zijn, met name omdat de periode van samenwoning zonder ouders niet is betrokken in de besluitvorming.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen waarin deze omstandigheden worden betrokken. De rechtbank veroordeelt de minister tevens in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.