Eiseres, een Turkse nationaliteit houdende vrouw met een medische voorgeschiedenis van baarmoederhalskanker en PTSS, diende op 1 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland verzocht Zwitserland om haar terug te nemen op grond van de Dublinverordening, welke Zwitserland accepteerde. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiseres voerde aan dat haar medische situatie en de afwezigheid van adequate zorg in Zwitserland een uitzondering rechtvaardigen, verwijzend naar het arrest C.K. en het arrest Tarakhel. Zij stelde dat haar gezondheidstoestand ernstig is en dat zij in Zwitserland slechts noodhulp ontvangt, wat onvoldoende is. Tevens vreesde zij voor bedreigingen door familieleden in Zwitserland.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar overdracht aan Zwitserland zou leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van haar gezondheid. De medische stukken toonden aan dat de operatie succesvol was en dat zij onder controle blijft. Ook was niet gebleken dat Zwitserse autoriteiten haar niet kunnen beschermen tegen veiligheidsproblemen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het besluit van verweerder in stand. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter Wilbers-Taselaar op 18 februari 2026.