ECLI:NL:RBDHA:2026:3619
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 11 augustus 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is meerdere malen door de rechtbank getoetst, waarbij het voortduren ervan telkens rechtmatig werd bevonden. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat vanwege het langer dan zes maanden in bewaring zijn, de minister een verzwaarde belangenafweging had moeten maken, welke volgens hem ontbrak. De rechtbank oordeelde dat de minister de maximale termijn van zes maanden tijdig had verlengd met een besluit van 2 februari 2026, waarin een zorgvuldige belangenafweging was gemaakt. Een aparte verzwaarde belangenafweging was daarom niet vereist.
Daarnaast verzocht eiser om aanvullende inlichtingen, maar de rechtbank vond dat de overgelegde voortgangsrapportage voldoende was om een standpunt in te nemen en wees het verzoek af. De ambtshalve toetsing door de rechtbank leverde geen aanleiding op om de maatregel onrechtmatig te achten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.