ECLI:NL:RBDHA:2026:2067
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met medische beperkingen
De minister van Asiel en Migratie legde op 11 augustus 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die ongeneeslijk ziek is en rolstoelgebonden door multiple sclerose, stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het voortduren van de maatregel reeds eerder getoetst in uitspraken van 1 september 2025, 17 november 2025 en 19 januari 2026. In deze procedure beoordeelt de rechtbank uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds 15 januari 2026.
Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting ontbreekt vanwege het niet verstrekken van een laissez-passer door Algerije, dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, dat zijn medische situatie en detentieduur een belangenafweging in zijn voordeel rechtvaardigen en dat een lichter middel passend zou zijn. De rechtbank verwierp al deze gronden, stellende dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt, de minister voldoende inspanningen verricht, de medische situatie en detentieduur geen reden vormen om de maatregel te beëindigen en dat een lichter middel niet noodzakelijk is.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.