ECLI:NL:RBDHA:2025:21714
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring van een vreemdeling en de rechtmatigheid van de maatregel
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 17 november 2025 uitspraak gedaan in een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring die de minister van Asiel en Migratie op 3 november 2025 aan eiser heeft opgelegd. De maatregel is gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en is nog steeds van kracht. De rechtbank heeft eerder, op 1 september 2025, deze maatregel getoetst en vastgesteld dat deze tot dat moment rechtmatig was. De minister heeft de rechtbank op de hoogte gesteld van de voortgang van de bewaring, wat gelijkgesteld wordt met een door eiser ingesteld beroep.
De rechtbank heeft op 13 november 2025 het vooronderzoek gesloten en besloten dat een zitting niet nodig was. In de overwegingen van de rechtbank wordt benadrukt dat als de maatregel in strijd is met de Vw 2000 of niet gerechtvaardigd is, het beroep gegrond verklaard kan worden. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet heeft gereageerd op de voortgangsrapportage en geen beroepsgronden heeft ingediend, waardoor er geen reden is om de maatregel onrechtmatig te achten.
Uiteindelijk concludeert de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, en mr. B. Göbel, griffier, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.