Eisers hebben beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen heeft beslist op hun aanvragen voor een machtiging voor voorlopig verblijf van 16 januari 2025.
De minister had de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar ook deze verlenging is verstreken zonder besluit. De rechtbank stelt vast dat het dossier mogelijk nog niet compleet is en dat de minister nog herstelverzuim kan sturen of nader onderzoek kan instellen.
De rechtbank legt daarom een nieuwe beslistermijn op van acht weken, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. De bestuurlijke dwangsom is echter afgeschaft voor ingebrekestellingen na 15 april 2025, zodat de minister geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is.
De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eisers. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gepubliceerd op 23 februari 2026.