ECLI:NL:RBDHA:2026:3352
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit wegens motiveringsgebrek ondanks in stand laten rechtsgevolgen
Eiser, een Kameroense nationaliteit dragende derdelander die tijdelijk bescherming genoot in Nederland vanwege de oorlog in Oekraïne, werd door verweerder bevolen terug te keren naar Kameroen. Het terugkeerbesluit volgde op het beëindigen van de tijdelijke bescherming na het stopzetten van een bevriezingsmaatregel per 4 september 2025.
Eiser voerde aan dat het besluit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, dat hij niet gehoord was en dat zijn medische situatie een terugkeer onmogelijk maakte. Verweerder stelde dat het verblijf van eiser onrechtmatig was en dat de hoorplicht was nageleefd. De rechtbank oordeelde dat het besluit niet in strijd was met het vertrouwens- of gelijkheidsbeginsel en dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze kenbaar te maken.
Echter, de rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit niet adequaat was gemotiveerd ten aanzien van de medische situatie van eiser, hetgeen een motiveringsgebrek opleverde. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat verweerder in het verweerschrift voldoende had gemotiveerd dat de medische situatie geen reden was om het terugkeerbesluit niet op te leggen. De rechtbank veroordeelde verweerder tevens in de proceskosten van € 934.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.