Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[verzoekers sub 1] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
hierna: [verzoekers sub 2 en 3] ,
verzoekers,
gemachtigde: mr. P. Thole,
verweerster,
gemachtigde: mr. H.J.G. Braakhuis.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van 29 juli 2025 met producties 1 t/m 15;
- de namens verzoekers nagezonden producties 16 t/m 32;
- het verweerschrift met producties 1 t/m 9.
2.Waar gaat deze procedure over?
- de jaarstukken over het jaar 2024 vast te stellen en het bestuur décharge te verlenen (agendapunt 4c),
- de heren [naam 3] en [naam 6] te (her)benoemen als leden van de kascommissie (agendapunt 4e),
- het bestuur te machtigen om namens de VvE de vaststellingsovereenkomst met aannemer [bedrijfsnaam 1] te sluiten (agendapunt 6),
- de door [naam 2] (namens [verzoekers sub 1] ) bij de VvE ingediende declaraties met betrekking tot advocaatkosten niet te vergoeden (agendapunt 10),
- de kosten van € 1.470 voor de extra vergadering van 27 maart 2025 door te belasten aan [naam 2] en advocaatkosten van € 1.800 voor advies over het verstrekken van een bandopname van de vergadering van 28 oktober 2024 door te belasten aan [verzoekers sub 2 en 3] (agendapunt 11).
de kascommissie (agendapunt 4),
- de financiële verslaglegging en begroting (agendapunt 4),
- de VSO met [bedrijfsnaam 1] (agendapunt 6/7),
- de declaraties van AKD (agendapunt 10),
- de doorbelasting van extra kosten aan verzoekers (agendapunt 11), en
- het uitblijven van actie inzake het HVB/AKD-traject,
3.Beoordeling
nietigindien het in strijd is met de wet of de statuten. Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW Pro is een besluit
vernietigbaarindien het tot stand is gekomen op een wijze die in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen (sub a), in strijd is met de redelijkheid en billijkheid (sub b) of in strijd is met een reglement (sub c).
false accountingop het randje van fraude” in de periode dat verzoekers in het bestuur van de VvE zaten. De VvE heeft op haar beurt aangevoerd dat in het splitsingsreglement geen maximale termijn wordt bepaald voor een lid van de kascommissie. Bovendien is [naam 3] eerst in de vergadering van 8 januari 2024 benoemd en was dus tijdens de vergadering van 30 juni 2025 nog geen 18 maanden lid. De VvE betwist verder dat [naam 6] een dergelijke beschuldiging zou hebben geuit.
[project]’ en op een geschil omtrent een dakterras, maar daaruit volgt niet dat de opdracht aan AKD namens (of ten behoeve van) de VvE is verstrekt.
27 maart 2025door te belasten aan
de heer [naam 2](de bestuurder van [verzoekers sub 1] ). [verzoekers sub 2 en 3] heeft daarmee geen zelfstandig belang bij vernietiging van dit besluit.
17 februari 2025door te belasten aan
[verzoekers sub 1]. Uit de stellingen van partijen en uit hetgeen besproken is op de zitting volgt dat niet in geschil is dat een extra ledenvergadering heeft plaatsgevonden als gevolg van de beslissing van de kantonrechter tot vernietiging van de besluiten genomen op de vergadering van 28 oktober 2024. Ook is niet in geschil dat de vergadering heeft bedoeld te besluiten de kosten voor die extra vergadering aan [verzoekers sub 1] en dus niet aan
de heer [naam 2]door te belasten.
€ 144,00(plus de kosten van betekening