Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister heeft op 30 januari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Iraakse nationaliteit dragende persoon die internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De bewaring werd op 13 februari 2026 opgeheven, waarna de rechtbank het beroep behandelde. Eiser was niet aanwezig vanwege overdracht aan Duitse autoriteiten.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding toekwam. Uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat een derdelander die internationale bescherming geniet in een andere lidstaat en weigert daarheen terug te keren, in bewaring kan worden gesteld indien terugkeerbesluit juridisch onmogelijk is. De rechtbank stelde vast dat aan deze voorwaarden was voldaan.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had kunnen volstaan, omdat hij bereid was terug te keren naar Irak maar niet naar Duitsland, en dat de minister contact had moeten zoeken met Duitse autoriteiten om zijn zorgen weg te nemen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht aannam dat eiser niet vrijwillig zou vertrekken naar Duitsland en dat een lichter middel niet doeltreffend was.
De minister had voldoende voortvarend gewerkt aan uitzetting, onder meer door een vertrekgesprek op de vijfde dag van bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.