ECLI:NL:RBDHA:2026:3088
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wegens ontbreken gezins- en familieleven
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking 'medische behandeling'. Na eerdere vernietiging van een besluit wegens onvoldoende motivering, heeft de minister van Asiel en Migratie het besluit herbevestigd tot afwijzing van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat de belangenafweging door verweerder in het kader van artikel 8 EVRM Pro (privé- en gezinsleven) zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. Verweerder heeft het persoonlijk belang van eiser afgewogen tegen het Nederlandse algemeen belang bij een restrictief toelatingsbeleid.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van gezinsleven met de ex-partner en haar dochter, noch van familieleven met de broer in Nederland, mede vanwege het ontbreken van bewijs van afhankelijkheid of mantelzorg. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.