ECLI:NL:RBDHA:2026:3024
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep overdrachtstermijn
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen tot vergoeding van proceskosten. Dit verzoek is ingediend bij de intrekking van het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn.
De minister heeft de rechtbank laten weten geen aanleiding te zien om de proceskosten te vergoeden. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan zijn standpunt zodanig herziet dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig wordt erkend.
In deze zaak heeft de minister het besluit tot verlenging van de overdrachtstermijn niet ingetrokken, maar slechts het overdrachtsbesluit van 2 april 2025. Omdat het hier om twee verschillende besluiten gaat, is er geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de minister het bestreden besluit niet heeft ingetrokken.