ECLI:NL:RBDHA:2026:2989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning bij zoon wegens belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, een hoogbejaarde vrouw met Marokkaanse nationaliteit en gevorderde dementie, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning bij haar zoon in Nederland. De minister wees deze aanvraag af, waarbij werd meegewogen dat het om een eerste toelating ging en dat er geen objectieve of subjectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Marokko voort te zetten. Ook het economisch belang van de Nederlandse staat, met name de druk op de gezondheidszorg, werd betrokken in de belangenafweging.
Eiseres voerde aan dat haar leeftijd, medische situatie en familiebanden in Nederland zwaarwegend zijn en dat het ouderenbeleid en de schrijnendheidstoets van toepassing zouden moeten zijn. De rechtbank oordeelde dat de minister alle relevante feiten en belangen heeft meegewogen en dat de belangenafweging een fair balance vormt tussen het persoonlijke belang van eiseres en het algemeen belang van de staat.
De rechtbank stelde vast dat passende zorg beschikbaar is in Marokko en dat de stelling dat de taalbarrière een reële belemmering vormt niet is onderbouwd. Ook is niet gebleken van een schrijnende situatie die verblijf op humanitaire gronden rechtvaardigt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning.