ECLI:NL:RVS:2025:4868
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- M. Soffers
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
Betrokkene, geboren in 1954 en van Jemenitische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van gezinshereniging met haar schoonzoon. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek in 2021 af en verklaarde het bezwaar in 2022 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar de gevolgen van de scheiding voor het fysieke en mentale welzijn van de kleinkinderen.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte een algemene onderzoeksplicht had afgeleid uit het arrest T.A. tegen Moldavië van het EHRM. Volgens de minister was die uitspraak niet leidend en had zij alle relevante feiten betrokken in haar belangenafweging. De Afdeling overwoog dat het arrest T.A. tegen Moldavië niet impliceert dat de minister altijd onderzoek moet doen naar de gevolgen voor minderjarige kleinkinderen en dat de relatie tussen grootouder en kleinkind minder bescherming geniet dan die tussen ouder en kind.
De minister had volgens de Afdeling de belangenafweging zorgvuldig gemotiveerd en terecht geoordeeld dat het familie- en gezinsleven op afstand kan worden voortgezet. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister alsnog ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de minister ongegrond.