Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse derdelander die rechtmatig verbleef in Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen en een terugkeer naar Marokko te gelasten. Na prejudiciële vragen en jurisprudentie van het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak werd een vervangend terugkeerbesluit genomen op 28 juli 2025.
Eiser betoogde dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is vanwege schending van het vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel, en dat de hardheidsclausule niet is toegepast. Ook stelde hij bezwaar tegen de SIS-melding. Verweerder stelde dat het rechtmatig verblijf van eiser was geëindigd en dat het terugkeerbesluit en de signalering in SIS rechtmatig zijn.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke bescherming van derdelanders Oekraïne eerder mag eindigen dan die van Oekraïners, dat er geen sprake is van gelijke gevallen, en dat de bevriezingsmaatregel geen rechtmatig verblijf oplevert. Het vertrouwensbeginsel is niet geschonden, en het evenredigheidsbeginsel is niet overtreden gezien het doel van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. De SIS-melding is gerechtvaardigd volgens EU-verordening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het vervangend terugkeerbesluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangend terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.